Wanneer aspirine niet gebruiken

U bevindt zich hier: Aspirine Ľ Wanneer niet gebruiken

Wanneer geen aspirine

Aspirine mag niet worden gebruikt door:

  • maagpatiŽnten die bij eerder gebruik maagpijn kregen;
  • patiŽnten met een maag-/darmzweer;
  • patiŽnten met maag-/darmbloedingen;
  • patiŽnten die overgevoelig zijn voor salicylzuurverbindingen of andere soortgelijke pijnstillers (bijv. sommige astmapatiŽnten; deze kunnen een aanval krijgen of flauwvallen);
  • patiŽnten met leveraandoeningen;
  • patiŽnten met ernstige nierklachten;
  • patiŽnten met neiging tot bloeden of stollingsstoornissen (zoals hemofilie en hypoprotrombinemie) of die te weinig bloedplaatjes hebben;
  • patiŽnten die met antistollingsmiddelen worden behandeld;
  • patiŽnten met een slechte nier- of leverwerking;
  • patiŽnten met (onbehandelde) hoge bloeddruk.

Tevens wordt het risico op een hersenbloeding, op maagdarmbloedingen en op bloedarmoede verhoogd. Ook zonder voorgaande klachten.

Bij ingrepen zoals het trekken van tanden moet een behandeling met aspirine tijdelijk gestaakt worden.

AstmapatiŽnten kunnen een aanval krijgen door het gebruik van acetylsalicylzuur (aspirine).

Klik verder voor de veelgestelde vragen over aspirine -->

U bevindt zich hier: Aspirine Ľ Wanneer niet gebruiken
(advertenties)
Print deze pagina uit Print deze pagina
Voeg Aspirine.nl toe aan je favorieten! Favorieten
(advertenties)